Uiterlijk
Een volwassen pelsmot is 0,7 tot 0,8 cm lang, heeft een spanwijdte van 1,1 tot 1,7 cm en is lichtbruin. De pelsmotlarve is gebroken wit, tot ca. 10 mm lang. Op de voorvleugels zijn 3 donkere strepen zichtbaar. Deze ontbreken bij de kleermot.
Ontwikkeling
Volledige gedaanteverwisseling. Het vrouwtje legt ca. 50 tot 100 eitjes, bij voorkeur op wol. De duur van het eistadium is 7 tot 10 dagen, larvestadium 4 tot 10 maanden, popstadium 2 tot 6 weken en imago 2 tot 4 weken. De larve van de pelsmot leeft in een buisvormig hulsje en draagt dat met zich mee als zij zich verplaatst. Pelsmotlarven hebben - in tegenstelling tot kleermotlarven - een voorkeur voor een vochtige omgeving. Naarmate de temperatuur hoger is en de aard van het materiaal waarop of -in zij zich bevinden voedzamer is, gaat de ontwikkeling sneller. Haren, veren en bont zijn voedzamer dan geweven wol. Volwassen vlinders komen meestal in juni te voorschijn.
Leefwijze
Pelsmotten kunnen in vogelnesten worden aangetroffen. De imago’s vliegen uitsluitend ’s avonds. Volwassen motten eten niet.
Schade
Pelsmotten tasten wol aan. De larven (rupsen) brengen schade toe aan producten van dierlijke herkomst.
Wering/Preventie
Zorg ervoor dat wollen kleding goed gewassen wordt opgeborgen. Voorkom dat vogelnesten onder het dak (blijven) zitten. De larven uit deze nesten kunnen op zolders op zoek gaan naar producten van dierlijk materiaal die zijn opgeborgen in bijvoorbeeld dozen, kisten of kledingzakken.
Bestrijding
Aangetaste kleding en ander textiel (wandkleden) kunt u het beste (laten) reinigen. Tenminste 30 minuten bij 60°C is dodelijk. Indien motten in een kast worden gesignaleerd, dan naden en kieren behandelen met middelen op basis van cyfluthrin, deltamethrin of permethrin. Ook de omgeving van vogelnesten kan met deze werkzame stoffen worden behandeld. Evenals delen van een wollen vloerbedekking. Aangetaste kleding kan men ook invriezen, bij voorkeur 4 dagen gedurende -20°C of gedurende ca. 2 weken in de vrieskist of vrieskamer op (laten) slaan bij een temperatuur lager dan -10°C. Kleding niet behandelen met bestrijdingsmiddelen.