Uiterlijk
Kleine, zwarte of zeer donkerbruine vliegensoort. Grote, stevige, zwarte haren bovenop thorax en kop.
Ontwikkeling
Eitjes worden afgezet in organisch rottend materiaal.
Leefwijze
Volledige gedaanteverwisseling. De larven leven in mesthopen, gierkelders, afvalwater en rioleringen. Ook in kruipruimten waar leidingen kapot zijn en drab ontstaan is. Larven komen tevens voor op zeer vochtige plaatsen waar de bodem verontreinigd is met rottend organisch materiaal.
Schade
Er is geen directe schade van de latrinevlieg. Ze kunnen in grote aantallen wel hinderlijk zijn.
Wering/Preventie
Kapotte leidingen repareren en ontwikkelingsplaatsen opruimen. Composthopen en/of mesthopen afdekken met een laag zand.
Bestrijding
Chemische bestrijding is in de meeste gevallen niet nodig mits de juiste weringmaatregelen genomen zijn.